Boekenjuf Joke | Elke vrijdag neemt een leerling de leestas vol boeken mee naar huis

'Als ik lyrisch doe over een boek en zeg hoe grappig of mooi ik het vond, dan lezen de leerlingen het ook', lacht Joke Duyols. Zo gemakkelijk kan boekpromotie dus zijn. Maar ook met een leestas die elke week verhuist en een boekenchallenge die de hele klas uitdaagt, krijgt deze juf haar klas aan het lezen.

""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""

De leestas is gevuld met strips en lees-, zoek-, knutsel-, weet- en moppenboeken. Elke vrijdag gaat de koffer met een andere leerling mee naar huis, samen met een briefje voor de ouders en een schriftje waarin ze een foto of tekening plakken, of een tekstje schrijven. Een week later brengen ze de koffer terug. Tijdens het laatste half uur van de week vertelt de leerling wat hij met de leestas gedaan heeft. Vaak schrijven ook de ouders iets in het schriftje. Dat is echt plezant.

Ook sommige andere klassen doen dit nu. De vrolijke tas zelf is geschonken door enkele ouders. Een teken dat ze het ook een fijn initiatief vinden.

 

Wie is Joke Duyols?

School:

Fulltime juf tweede leerjaar op GBS De Kei in Kapelle-op-den-Bos.

Favoriete kinderboek:

Hasse Simonsdochter van Thea Beckman, Lemniscaat

De hele klas uitdagen

In de gang, naast de klasdeur, hangt de Leeschallenge. Heeft een leerling een boek gelezen, dan kleeft het z’n naam bij een bepaalde categorie. Er zijn categorieën als ‘spannend’, ‘grappig’ en ‘dikke pillen’… Elke categorie moet op het einde van het schooljaar 5 leerlingen tellen en elke leerling van de klas moet minstens één keer op de Leeschallenge staan. Als dat lukt, dan is de klas geslaagd in de uitdaging en verdienen ze een beloning. Ze zijn echt enthousiast. Bovendien is het leuk om samen te zoeken naar de juiste categorie.

‘Ik hamer erop dat de snelste lezer niet noodzakelijk de beste lezer is’

Ik werk in de klas ook met een soort RALFI-lezen: in het begin van de week lezen we samen een tekst of een fragment, en bespreken we de inhoud. De rest van de week blijven we dezelfde tekst herlezen. Zo oefenen de leerlingen met technisch lezen. Ik probeer altijd een tekst uit een nieuw boek te nemen, of een weettekst over een auteur.

Hoe ik het lezen evalueer? Dat blijft lastig. Na jaren zoeken heb ik een lijstje van beoordelingscriteria die het een beetje objectief houden. Ik laat ze meestal een tekstje lezen en beoordeel dan de vlotheid, de intonatie ... Ik hamer erop dat de snelste lezer niet noodzakelijk de beste lezer is. Niet weten wat je leest, is niet oké. Ook ik moet soms een bladzijde opnieuw lezen, of moet terugkijken naar een vorig blad.

De Beste Boekenjuf/meester van het jaar

De prijs voor de Beste Boekenjuf/Boekenmeester beloont leerkrachten (kleuterschool en basisschool) die een concrete en dagelijkse inzet tonen voor leesbevordering en het werken met kinderboeken in de klas. In het magazine brengen de kandidaten hun verhalen en je vindt er massa's tips en tricks rond lezen en leesplezier in de klas.

CANON Cultuurcel en de Groep Kinderboekenuitgevers zoeken een juf of meester, zorgleraar of -coördinator uit het basisonderwijs (kleuter- en lager) die zich inzet voor leesbevordering en werken met kinderboeken aanmoedigt.

Nomineer jouw kandidaat

Wie besmet jou met zijn of haar passie voor (voor)lezen? Wie vult de boekenhoeken op school met een rijk en recent aanbod? En wie wakkert in jouw team het leesvuur aan? Kortom, welke juf of meester heeft op jouw school het grootste hart voor boeken? Ken jij zo iemand? Nomineer je kandidaat via boekenjuf.be.

Boeken per thema

De boeken in onze klasbib zijn niet per niveau, maar per thema gerangschikt. Een schoolbib hebben we niet. We zijn dus afhankelijk van de dorpsbibliotheek. Ik ga er een keer per maand met de klas naartoe. Dan hebben we weer een 70-tal boeken in voorraad. Ze kiezen zelf. Ik werk niet met niveaus, maar leer hen de vijfvingermethode. En dan nog: als ze het echt willen, hou ik hen niet tegen.

Luisterboeken vind ik heel geschikt voor mijn leerling met dyslexie: zo kan hij luisteren en meelezen. Voor een meisje in de klas met een visuele beperking, kon ik een leeslat in de bib lenen om te proberen. Bij de jongens die niet graag lezen, hebben de graphic novels succes. Ook gedichtjes vinden gemakkelijk hun weg naar moeizame lezers. Omdat ze zo kort zijn.

Juf, wanneer lezen we?

Elke dag is er na de speeltijd kwartierlezen. Ik geef dan vaak een kleine opdracht mee: zoek een mooie zin, of een nieuw woord. Verder stel ik veel vragen tijdens het lezen en voorlezen: waarover zou het gaan op basis van de titel? Hoe zou het verder gaan?

Op maandag heb ik nog een extra kwartier voor boekpromotie. Dan vertel ik over een boek of ik lees eruit voor. Op vrijdag is het laatste half uur aan boeken, boekpromotie en lezen gewijd. Verder zitten er in de methode leuke teksten. En als ik de kans zie om boeken bij wereldoriëntatie en muzische vorming te betrekken, dan doe ik dat zeker.

Tijdens de middagspeeltijd kunnen leerlingen via een beurtrol ook lezen in het Peperboekenhuisje. Dat is een leescontainer op de speelplaats die het oudercomité bekostigde. We kunnen er ook met onze klas naartoe als we willen voorlezen.

Alles zit in een boek: betere sociale vaardigheden, een rijkere woordenschat, andere plekken ontdekken …’

Collega’s aansteken

Samen met een collega vorm ik de ‘werkgroep boeken’. We proberen iedereen te betrekken bij de Jeugdboekenmaand, Voorleesweek, Poëzieweek, en zetten acties op. Stilaan willen we ook het beleid rond boeken vorm geven. Dat is een werk van lange adem, maar we hebben een geweldig team. Ze zeggen nooit nee. Ik probeer ook naar bijscholingen te gaan en collega’s mee te nemen. Als dat niet kan, dan stopt het. Maar als je collega’s kan aansteken, is het effect nog groter.’

In de boekenkast van juf Joke: