Een verhaal zonder taal

Een verhaal maken zonder taal? Het kan. Vrije Basisschool De Luchtballon in Erembodegem werkte samen met Karel Moons van Ruimtevaarder, dansdocente Julie De Brandt en de Stedelijke Academie van Zottegem om een verhaal te verzinnen en met diverse kunstvormen tot leven te wekken.

""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""

Je hoeft geen taalvirtuoos te zijn om een verhaal te maken. Dat was het uitgangspunt van het dynamoPROJECT Kom op, verhaal! Van Vrije Basisschool De Luchtballon. ‘De bedoeling was om de leerlingen te leren fantaseren’, vertelt kleuterleerkracht Christa Van Langenhoven die zich over het project ontfermde. ‘Daarbij wouden we iets maken waar de leerlingen volledig in konden opgaan, iets wat helemaal van hen is, voor hen, en door hen. En dat ze voor een stuk samenwerkten om hiertoe te komen.’

De creatieveling die de school hiervoor inschakelde, was Karel Moons van Ruimtevaarder, een organisatie die inzet op talentontwikkeling. ‘Karel heeft een toffe methode ontwikkeld om met leerlingen verhalen te maken, met pictogrammen,’ zegt Christa. De methode heet ‘Kom op, verhaal!’

Inspiratiekaartjes

Alle klassen begonnen het verhaal met twee hoofdpersonages: een strik en een sjaal. Gaandeweg kozen ze kaartjes die richting gaven aan het verhaal. ‘Als leerkracht houd je bijvoorbeeld vier kaartjes naar jou gericht met verschillende emoties op: blij, boos, droevig en bang. Dan moeten de leerlingen willekeurig een kaartje kiezen zonder te weten wat erop staat. Bij mijn klas was het ‘verdrietig’. Dan vraag je: ‘Waarom is de strik verdrietig?’ en moesten de leerlingen er een verhaal rond verzinnen.’ Zo maakte iedere klas zijn eigen kortverhaal.

Dat twee kledingstukken een hoofdrol vertolkten in de verhalen, kwam doordat de school wou verder breien op het thema van de cultuurklassen in de Stedelijke Academie van Zottegem, ‘de geklede mens’. Het is een jaarlijkse traditie dat enkele klassen een week lang workshops volgen op de academie. ‘Onze leerlingen hebben er kledingstukken en mannequins ontworpen. En tijdens een dramasessie moesten ze hoeden spelen die in een kast lagen. Het was blijkbaar heel plezant’, vertelt Christa. ’Daarom besloten we het te koppelen aan ons dynamoPROJECT.’

Grote theater- en dansvoorstelling

Achteraf kwam het moeilijkste gedeelte: de verschillende verhalen van alle klassen aan elkaar koppelen tot één groot geheel. ‘Dat gebeurde door de leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar onder begeleiding door Karel en de leerkrachten. Aan de hand van extra workshops rond taal en dialoog hebben ze de verbindende stukken geschreven. Het was niet gemakkelijk, maar ze zijn er toch goed in geslaagd.’

Het geheel werd opgevoerd in een grote theater- en dansvoorstelling. Daarvoor zijn de leerlingen in de huid van de verschillende personages gekropen en voerden ze toneel- en dansstukken op. Voor de dans deed de school beroep op de expertise van docente Julie De Brandt van de academie. Ook het decor en de poster voor de voorstelling hebben de leerlingen zelf in elkaar geknutseld.

De school blikt tevreden terug op het project. ‘Sommige leerkrachten hadden op een gegeven moment schrik omdat ze niet wisten waar het verhaal naartoe ging. Maar dan merkten ze dat de leerlingen wel heel goed wisten wat ze wilden, dat ze het verhaal echt dróégen en elkaar hierbij versterkten. Als leerkracht heb je dan enkel een ondersteunende rol.’

Tips van juf Christa

  • Doe beroep op de expertise van kunstenaars. Het is altijd goed om als leerkracht uitgedaagd te worden en af te wijken van hetgeen je normaal doet en waar je goed in bent.
  • Leg niet te veel vast op voorhand. Zo geef je de leerlingen de vrijheid om hun fantasie de vrije loop te laten en om zichzelf te ontdekken.
  • Zet een project met een duidelijke timing op. Een duidelijke timing biedt de leerkrachten een houvast terwijl je de inhoud open en flexibel houdt.

Culturele vaardigheden en dragers

Wil je meer inzetten op cultuur in jouw klas? Ontdek de theorie Cultuur in de Spiegel.

CIS cirkel basis

Culturele vaardigheden

waarnemen

  • De leerlingen konden eerst observeren hoe Karel Moons een verhaal maakte via zijn ‘Kom op, verhaal’- methode alvorens zelf aan de slag te gaan.
  • De leerlingen zagen dansdocente Julie De Brandt aan het werk.
  • Bij het bezoek van de cultuurklassen, kregen de leerlingen voorbeelden van dans, theater en mode voorgeschoteld.

verbeelden

  • Tijdens de Kom op, verhaal!-lessen moesten de leerlingen zelf een verhaal verzinnen aan de hand van kaartjes met pictogrammen die dienden als inspiratiebronnen, zoals emoties of personages. Bijvoorbeeld, als ze het kaartje kozen met de emotie ‘verdrietig’ werden ze uitgenodigd om het verhaal een verdrietige wending te geven.
  • Tijdens een workshop Mode aan de Stedelijke Academie van Zottegem dachten de leerlingen na over hoe hun kledingstuk eruit moest zien.
  • Tijdens een workshop Drama aan de Stedelijke Academie van Zottegem kropen de leerlingen in de huid van een aantal hoeden die in een kast lagen. Wat doen de hoeden daar met elkaar? Zijn ze tevreden met hun leven, of willen ze iets anders?

conceptualiseren

  • Bij de Kom op, verhaal!-methode moeten de leerlingen samen een verhaal verzinnen en debatteren en nadenken over het verloop ervan.
  • Na de workshops hebben de leerlingen het project onderling geëvalueerd.

analyseren

  • De leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar kregen een gevorderde workshop Taal en Dialoog om de verhalen aan elkaar te kunnen koppelen. Hierbij maakten ze het geheel inzichtelijk en legden ze verbanden tussen de verschillende verhaallijnen.

Dragers

lichaam

  • Dans om het verhaal tot leven te wekken onder begeleiding van de leerkrachten en dansdocente Julie De Brandt.
  • Lichaamstaal tijdens het toneelstuk om het verhaal uit te beelden.

voorwerpen

  • Papier, verf, lijm, scharen, textiel en mannequins om het decor, de poster en de kledingstukken voor de voorstelling te maken.

taal

  • Het bespreken met leerkrachten, leerlingen en begeleider Karel Moons van het verloop van het verhaal.
  • De dialoog die de leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar gemaakt hebben om van de verschillende verhalen één geheel te maken.
  • De dialogen en monologen die de leerlingen opzegden tijdens de voorstelling en repetities.
  • De taal die gebruikt werd tijdens de improvisatielessen van de Stedelijke Academie van Zottegem.

Grafische tekens

  • De pictogrammen en tekeningen die de leerkrachten en begeleider Karel Moons gebruikten in de Kom op, verhaal!-methode.
  • De tekeningen op de poster en decorstukken.